Zin en levensweg

Wij mensen ervaren ons leven als een reis door de tijd; een traject tussen komen en gaan, tussen geboorte en dood. De stappen die ik zet op dit levenspad, geven richting aan mijn bestaan in heden en toekomst en laten sporen achter die herkenbaar zijn als mijn leven. Gaandeweg ontplooi ik zo de mens die ik al wordend ben.

Maar wie ik ben en hoe ik ben, bepaal ik niet alleen zelf.
Er zijn immers anderen om mij heen en omstandigheden die ik meemaak. Zodoende ervaren we onze levenszee de ene keer als spiegelglad en dan weer als woest, soms lieflijk dan weer als verraderlijk en dreigend.
Ook ervaren we onze levensloop als toeval, als een kansenspel waarin we proberen zin en geluk te ontlenen aan ons doen en laten van alledag. Meestal lukt dat best wel.

Maar niet altijd. Soms zijn er grenzen op mijn levensweg. Zonder dat ik er invloed op heb, verandert voorspoed in tegenslag, slaat geluk om in verdriet en is er plotseling dat alleen-zijn.
Bij het overlijden van een geliefde bijvoorbeeld, kan ik niet zelf bepalen of dat al dan niet gebeurt in mijn leven, hooguit hoe ik ermee omga.

Zulke ervaringen zijn grenzen en laten mij intens beseffen dat mijn leven niet altijd maakbaar is. Het leven doet zichzelf en bevat ook die niet-keuze. Maar juist daardoor worden zinvragen actueel: waarom gebeurt mij dit? Hoe nu verder alleen? Dat zijn vaak pijnlijke en eenzame periodes in mensenlevens. Ik sta dan voor de zware opgave om te leren leven met veranderde omstandigheden. Feitelijk zoek ik dan naar nieuwe zinantwoorden. Na een periode van pijn en verdriet zeggen mensen wel eens: het was moeilijk, maar ik ben er ook sterker en wijzer van geworden. Achteraf weten we soms dat grenzen ook uitdagingen kunnen zijn tot geestelijke groei en nieuwe identiteit.

Grenzen ervaren en inpassen in mijn leven kunnen spirituele groei bevorderen, omdat deze processen mijn eigen bestaan bevragen: ben ik op aarde met een doel, met een reden? Mijn leven speelt zich dan wel af tussen geboorte en dood, maar wie ben ik eigenlijk ten diepste? Is er iets onstoffelijks in mij - is dat mijn ziel? Er is een oerverlangen in ons mensen naar een voortleven, ook na ons aardse bestaan. Dit verlangen is geen vlucht, maar een vermoeden en intuïtie van bestemming, geleid-worden en thuiskomen. Het aardse bestaan kan dan beleefd worden als een kans om wijzer en rijper te worden, als een mogelijkheid tot zielegroei.